
Jurisprudentie
AD8931
Datum uitspraak2001-12-12
Datum gepubliceerd2002-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00403
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2002-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00403
Statusgepubliceerd
Uitspraak
WAHV 01/00403
12 december 2001
CJIB 35787389
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te 's-Gravenhage
van 18 juni 2001
betreffende
[betrokkene]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van "niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg", welke gedraging zou zijn verricht op 23 mei 2000 om 8.30 uur op de Prof. B.M. Teldersweg in de gemeente 's-Gravenhage.
3.2. De betrokkene ontkent niet dat hij niet op de meest rechts gelegen rijstrook heeft gereden. Hij stelt echter dat hij, gelet op de omstandigheden ten tijde van de gedraging, zoveel mogelijk rechts heeft gehouden. Hiertoe voert hij kort gezegd aan dat het voor hem niet mogelijk was om zich in de rechterrijbaan te voegen omdat op die rijbaan op 23 mei 2000 om 8.30 uur veel verkeer was.
3.3. De onderhavige gedraging is gebaseerd op art. 3, eerste lid, RVV 1990.
Deze bepaling luidt:
Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden.
3.4. De Nota van Toelichting bij art. 3 RVV 1990 (Stb. 1990, 459, p. 93) houdt - onder meer - in:
Artikel 3 bevat de basisregel ten aanzien van de plaats op de weg voor bestuurders. Zij houden op het voor hen bestemde weggedeelte zoveel mogelijk rechts. Wat onder "zoveel mogelijk" dient te worden verstaan, wordt bepaald door de concrete situatie. Ingeval een rijbaan is verdeeld in rijstroken zal ingevolge artikel 3 in beginsel de meest rechtsgelegen rijstrook moeten worden gevolgd. En is een weg verdeeld in meerdere rijbanen, dan zal in beginsel de meest rechts gelegen rijbaan moeten worden gekozen.
3.5. In het zaakoverzicht van het CJIB staat vermeld hetgeen de verbalisant heeft geconstateerd. Deze constatering houdt in dat de betrokkene op de Prof. B.M. Teldersweg in de richting van de Scheveningseweg reed, harder dan 50 km/u reed, dat toen hij de verbalisant zag ineens 50 km/u ging rijden en hierbij naast een auto rechts van hem bleef rijden, dat hij hierdoor de linkerrijstrook blokkeerde en niet naar rechts ging over een afstand van ongeveer 500 m. In een aanvullend proces-verbaal opgemaakt op 5 februari 2001 verklaart de verbalisant vervolgens dat voor het voertuig van de betrokkene geen ander verkeer reed en op de rechterrijstrook ook niet veel verkeer reed en dat de betrokkene dus in meerdere opzichten in de gelegenheid was om zijn voertuig naar de rechterrijstrook te verplaatsen en daar zijn weg te vervolgen.
3.6. Gelet op de Nota van Toelichting bij art. 3 RVV 1990 alsmede gelet op de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
3.7. Nu voor het hof vaststaat dat de gedraging is verricht en niet is gebleken van omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken, dan wel van omstandigheden die aanleiding geven om de opgelegde sanctie te matigen, dient de bestreden beslissing te worden bevestigd.
3.8. De kantonrechter heeft het beroep derhalve terecht ongegrond verklaard.
3.9. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

